Aan het einde van een jaar en het begin van een nieuw jaar zoeken we altijd God om iets te ontvangen dat kenmerkend zal zijn voor het nieuwe jaar. Tegelijkertijd moeten we begrijpen dat God niet zozeer in jaren werkt, maar vooral in seizoenen. Daarom zijn de woorden die we spreken vaak een overlap, verdieping of verlenging van woorden die al eerder zijn uitgesproken.
1. Verandering
Een profetisch Schriftgedeelte dat spreekt over verandering vinden we in Jozua 3. God wilde het volk Israël naar de overkant van de Jordaan brengen, een nieuwe plek, een nieuw hoofdstuk in hun bestemming. Hij gaf de instructie om afstand te houden tot de ark, omdat zij een weg zouden gaan die zij nog nooit eerder waren gegaan. Verandering vraagt om vertrouwen, om loslaten van het oude en om het omarmen van het onbekende dat God voorbereidt.
In dit seizoen zullen vooral twee gebieden zichtbaar veranderen.
Het eerste gebied is dat van relaties. Sommige relaties zullen tot een einde komen. Dat hoeft niet altijd door conflict te ontstaan, al gebeurt dat soms wel wanneer het licht dat jij draagt de duisternis in een ander confronteert. Maar meestal komt het omdat niet iedereen mee kan naar het volgende seizoen in jouw leven. Jezus nam op de berg van verheerlijking ook maar drie discipelen mee. Niet iedereen is bedoeld om elke hoogte of diepte van jouw reis te delen. God schept ruimte voor het nieuwe door bepaalde verbindingen te laten rusten. Tegelijkertijd zullen er nieuwe relaties en samenwerkingen ontstaan. God vormt nieuwe teams, nieuwe verbonden en nieuwe partnerschappen die passen bij wat Hij nu aan het bouwen is. Waar oude deuren sluiten, openen zich nieuwe (Openbaring 3:7-8).
Het tweede gebied van verandering zijn de opdrachten van de Heer. Velen hebben jarenlang trouw gediend in wat God hun eerder heeft toevertrouwd. Dat werk heeft vrucht gedragen, en sommige taken zul je blijven doen. Maar de Heer geeft in dit nieuwe seizoen ook nieuwe opdrachten, nieuwe verantwoordelijkheden, nieuwe projecten en soms zelfs nieuwe vormen van bediening. Dit vraagt dat we onze agenda’s niet te snel vol plannen, maar ruimte creëren voor de leiding van de Heilige Geest. Wandel niet voor Hem uit, maar ga achter Hem aan. Wie bereid is te luisteren, zal merken dat God duidelijk spreekt en richting geeft (Jesaja 43:19). Durf jij bepaalde zaken los te laten?
2. Verdieping
In dit seizoen wil God ons fundament dieper en sterker maken. De heerlijkheid van God zal toenemen, en hoe krachtiger Hij je wil gebruiken, hoe sterker jouw fundament moet zijn. Tegelijkertijd zullen de crises en wereldgebeurtenissen toenemen. Daarom vormt God mensen die crisis-proof zijn: standvastig, geworteld en onverzettelijk. Verdieping betekent dat relatie met God niet oppervlakkig kan blijven. Hij vraagt meer overgave, meer toewijding en meer heiliging. De weg wordt smaller, en alleen wie volledig toegewijd is, zal Zijn kracht en leiding ten volle ervaren (Spreuken 3:6-6).
Er is in dit seizoen geen ruimte meer voor excuses. Jezus vertelde de gelijkenis van het bruiloftsfeest, waar velen zich verontschuldigen toen zij werden uitgenodigd (Mattheüs 22) Precies zo ziet God vandaag wie werkelijk beschikbaar is. Verdieping scheidt toegewijden van toeschouwers. Daarom sluit dit punt aan op het eerste: relaties zullen veranderen, ook omdat je niet verder kunt wandelen met mensen die vasthouden aan excuses, halfslachtigheid of twijfel. De Heer zegt laat hen los en trek verder.
God vraagt alles… ook dat wat jij moeilijk vindt om los te laten. Dat zien we in het verhaal van de rijke jongeling (Marcus 10:21-22). Deze jonge man had zoveel goed gedaan, maar er was één gebied dat hij niet wilde overgeven. Dat ene punt hield hem tegen om Jezus volledig te volgen. Zo is het voor velen vandaag. Voor de één is het controle, voor een ander zekerheid, comfort, reputatie, zonde, angst of een gewoonte die vasthoudt. De vraag die God stelt blijft dezelfde: wat is dat ene ding dat Ik nu jou vraag los te laten, zodat Ik je volledig kan leiden en gebruiken?
3. Verbreding
In dit seizoen brengt God een verbreding in Zijn kerk. Vernieuwing breekt door, niet als iets totaal nieuws, maar als een herstel van het volledige perspectief van het Koninkrijk. Jarenlang hebben gelovigen en kerken vaak gedacht in of–of: wel het woord, maar niet de kracht; wel de liefde, maar niet de waarheid; wel evangelisatie, maar geen discipelschap. Maar in Gods Koninkrijk werkt het altijd én–én.
Met het herstel van het apostolische komt dat brede zicht terug. Profeten, herders, leraren en evangelisten dragen elk een waardevolle focus, maar de apostolische genade ziet het geheel en benadrukt dat alles belangrijk is. Daarom brengt God de verschillende geluiden en expressies in Zijn lichaam weer samen, niet om uniformiteit te creëren maar om volheid te herstellen.
In Mattheüs 16 vraagt Jezus: “Wie zeggen de mensen dat Ik ben?” Sommigen antwoordden: Elia, een beeld van de kracht van God (vuur uit de hemel). Anderen zeiden: Jeremia, een beeld van de bewogenheid en liefde van God (hij was een wenende profeet). Weer anderen noemden Johannes de Doper, een beeld van het woord (hij kwam zonder demonstratie). Hierin zien we het patroon dat ook vandaag zichtbaar is. De ene kerk benadrukt kracht, de andere liefde, en de volgende waarheid of heiligheid. Maar Jezus bouwt een kerk die alles weerspiegelt wat Hij is. Geen eenzijdigheid, geen scheiding, maar een volheid van waarheid, liefde, kracht en heiligheid. Met andere woorden al die profeten benadrukte een kant in God maar Jezus heeft het allemaal.
De kerk begint te begrijpen dat het Koninkrijk breder is dan onze voorkeuren of stromingen. Niet of dit of dat, maar én dit én dat. Daarom zullen we een grotere manifestatie zien van alles wat God wil doen: profetie, genezing, bevrijding, redding, bediening binnen de kerk, bediening buiten de muren, Alle zegeningen, alle gaven, alle bedieningen, alle bewegingen van de Geest. We gaan niet voor een deel, maar voor alles wat God heeft vrijgezet voor Zijn volk. God bouwt een Jezus kerk waar alle facetten aanwezig zijn!
4. Verdraaiingen
We zien in deze tijd dat bekende bedieningen dingen onderwijzen waarvan je je soms afvraagt hoe het mogelijk is dat zulke ideeën ingang vinden. Zelfs met een beetje Bijbelkennis zou je snel herkennen dat bepaalde leringen totaal niet in overeenstemming zijn met het evangelie. Toch hoeven we hier niet verbaasd over te zijn. Door de hele kerkgeschiedenis heen zijn er valse leringen geweest en ook vandaag worden ze eenvoudig in een modern jasje gestoken.
Een van de meest zorgwekkende verdraaiingen van dit moment is de leer van alverzoening. Dat is de gedachte dat uiteindelijk iedereen gered wordt, dat niemand verloren gaat, dat er geen hel is en dat Gods liefde automatisch iedereen omvat ongeacht bekering, geloof of levenswandel. Het klinkt liefdevol en zacht, maar het staat haaks op wat Jezus zelf leerde en op wat de apostelen verkondigden.
Het verontrustende is dat steeds meer mensen en zelfs bedieningen deze leer omarmen. Vaak zijn het stemmen die zich losgemaakt hebben van de lokale kerk, waar weinig kracht, weinig heiliging en weinig verantwoording meer zichtbaar is. De boodschap wordt zachter, het evangelie dunner en de heiligheid vervaagt. Zo ontstaat er ruimte voor denkbeelden die dichter bij New-Age staan dan bij het kruis van Christus, waarin God alleen nog wordt gezien als liefde zonder gerechtigheid, zonder waarheid en zonder bekering.
De Schrift waarschuwt duidelijk voor deze bewegingen. Paulus schrijft dat er mensen zullen komen die een ander evangelie brengen, een andere Jezus en dat sommigen de waarheid zullen verlaten en zich keren naar verzinsels (2 Timotheüs 4:1).
Hoe gaan we hiermee om? Door helder onderwijs te geven. Waar waarheid krachtig wordt onderwezen, sterft de leugen vanzelf. Ik geloof dat dit in de komende jaren zelfs een apart onderwerp wordt op vele bijbelscholen, zodat toekomstige leiders goed gewapend zijn. Daarnaast moeten we niet bang zijn om dingen publiekelijk te benoemen. Paulus deed dat zelf ook toen hij in 2 Timotheüs 2 de namen noemde van dwaalleeraren, niet om mensen te schaden maar om de kerk te beschermen. Soms vraagt liefde om duidelijkheid, niet om diplomatie.
God roept ons in deze tijd om wakker, onderscheidend en moedig te zijn. Kerk laat je niet muilbanden!
5. Verwondering
In Jozua 3 zegt God niet alleen dat het volk een weg zal gaan die zij nog nooit zijn gegaan, maar Hij zegt ook: “Heilig u, want morgen zal Ik wonderen doen.” Dat woord ‘Morgen’ spreekt van nabijheid, van overgang naar een nieuw seizoen, van een moment dat al voor de deur staat. Wat in het verleden niet mogelijk was, zal God in dit seizoen mogelijk maken.
Dit is precies wat we zullen zien. God brengt Zijn volk opnieuw in verwondering door daden die het natuurlijke overstijgen. Wanneer wij ons heiligen door ons af te scheiden, beschikbaar te worden en onze eigen plannen los te laten, creëren we ruimte voor God om te doen wat alleen Hij kan. We zullen ook een sterke toename zien van tekenen, wonderen en bovennatuurlijke doorbraken. Dat is waarom God de afgelopen jaren zoveel geloofsonderwijs heeft laten horen. Hij was de oude putten van geloof aan het openen, zodat Zijn volk opnieuw leert vertrouwen op Zijn macht en niet op eigen inspanning.
Verwondering gaat ook vaak samen met Versnelling (1Koningen 18:46). Wanneer God beweegt, beweegt Hij snel. Doorbraken die normaal jaren duren, zullen zich in een veel korter tijdsbestek ontvouwen. Processen die menselijk onmogelijk lijken, zullen plotseling draaien en tot volheid komen. Niet door onze kracht, maar door het momentum van de Heilige Geest. We gaan een tijd binnen waarin God Zich opnieuw groot maakt in het midden van Zijn volk. Een tijd waarin de kerk niet slechts spreekt over wat God kan doen, maar getuigt van wat Hij werkelijk doet.
2026 Lets go….
